Theo Putzeys

Dr. Putzeys over zijn 10 jaar Recip-e

Dr. Theo Putzeys vertelt over hoe hij de evolutie van Recip-e ervaren heeft. We spraken met hem over de opstart van Recip-e en de uitdagingen die daarmee gepaard gingen. Verder vroegen we naar zijn toekomstvisie voor Recip-e de komende 10 jaar. 

Hoe is Recip-e tot stand gekomen?

“Sinds 2003 is er reeds heel wat voorbereidend werk gebeurd”, vertelt Dr. Putzeys. “Onder andere de voorbereiding op technisch vlak om tot een digitaal voorschrift te komen, contacten leggen met potentiële stakeholders zoals artsen en hun organisaties, apothekers en hun organisaties, ziekenfondsen, e-health platform, etc. Het zoeken naar partners om alles mee uit te werken was eveneens een belangrijk onderdeel van de voorbereiding.”

Begin 2007 werd er, in overeenstemming met de Europese doelstellingen op het gebied van digitalisering van medische voorschriften met stimulans vanuit de FOD Gezondheid, een uitgebreid overleg met talrijke betrokken partijen georganiseerd.

Er waren drie fases om de opstart vlot te laten verlopen. Dr. Putzeys licht de eerste fase toe: “het bestaande papieren farmaceutisch voorschrift werd overgenomen en gedigitaliseerd zonder essentiële wijzigingen. Het doel was om zo weinig mogelijk stakeholders te verontrusten.” Er werd slechts één element toegevoegd, de RID-code (= Recip-e IdentificatieCode), bovenaan het voorschrift. “Na een proefperiode kon de volgende stap gezet worden, namelijk een uitbreiding over heel België”, constateert Dr. Theo Putzeys.

“Het model van het farmaceutisch voorschrift van de huisarts in de ambulatoire sector zou in de tweede fase mutatis mutandis kunnen gebruikt worden voor diverse andere belanghebbenden (o.a. kinesisten, verpleegkundigen, specialisten, tandartsen, vroedvrouwen, etc.)”, legt Dr. Putzeys uit. De derde fase is de dematerialisatiefase. “Eerst werd  het digitale farmaceutisch voorschrift  het wettelijk voorschrift. Echter, het papieren ‘voorschrift’ bl eef bestaan als dusdanig, maar dient enkel als bewijs van het bestaan van de RID-code”, vertelt Dr. Theo Putzeys . “Nadien zou dit papieren ‘bewijs’ kunnen gereduceerd worden tot een nog meer summiere vorm of misschien zelfs kunnen verdwijnen.” Ook werd er veel aandacht besteed aan het feit dat alle stappen van elektronisch voorschrift steeds konden teruggevonden worden in geval dat nodig is.

Wat waren de grootste uitdagingen tijdens de opstart en de werking van Recip-e?

“Ieder nadeel heeft zijn voordeel wordt wel eens gezegd, maar dit geldt spijtig genoeg ook omgekeerd”, geeft dr. Theo Putzeys aan. “Wanneer de arts zijn voorschrift gemaakt heeft via een softwarepakket wordt het automatisch doorgestuurd naar de Recip-e server en krijgt het op dat moment een RID-code. Vanaf dat ogenblik is het beschikbaar voor elke apotheker. De door de patiënt gekozen apotheker krijgt die RID van de patiënt en  kan het voorschrift lezen in zijn software”, verhaalt dr. Theo Putzeys. Die apotheker kan dan de medicatie afleveren. 

“Er zitten dus verschillende zaken en personen tussen het voorschrift en de aflevering: de software van de arts, de server van Recip-e, het e-health platform voor de authenticatie en de autorisatie van de arts, verschillende databases en servers, de software van de apothekers en nog veel meer”, deelt dr. Putzeys mee. Het proces verloopt volledig digitaal dankzij deze verschillende schakels, maar dit wil ook zeggen dat elke schakel zijn eigen problemen kent. Dat alles verloopt via het internet maar kan fout lopen op elk van deze services. “Alles gesmeerd laten samenwerken, aanpassen en verbeteren ibinnen de kortste tijd, blijft de grootste uitdaging”, concludeert dr. Theo Putzeys.

Wat was uw rol tijdens deze opstart?

“Ik ben van in het begin af aan betrokken geweest in de voorstudie en heb altijd in de technische commissie (TC) gezeten voor het opmaken van alle IT-plannen”, aldus Dr. Putzeys. “De Recip-e vzw is er gekomen om een brede basis te maken. Hier zaten afgevaardigden van Recip-e in, nu is dit Katrien Thorré, die Marc Nyssen opvolgde”, zegt Dr. Putzeys. Uiteindelijk is de vzw opgericht om de volledige sector en zijn stakeholders aan het woord te kunnen laten.

Hoe ziet u de dematerialisatie?

“Alles is klaar om de volledige dematerialisering mogelijk te maken, maar de sensibilisering van het grote publiek gaat nog een tijdje duren. De mensen gaan zich niet direct op hun gemak voelen om papierloos naar de apotheker te stappen”, legt dr. Theo Putzeys uit. Er zijn nog wat tussenstappen nodig om van de huidige situatie naar de volledige papierloze situatie te gaan. “Ondertussen kunnen we nog steeds verder met het bestaande BEV”, stelt dr. Theo Putzeys (BEV; Bewijs van elektronisch voorschrift).

Als we even mogen wegdromen naar de volgende 10 jaar voor Recip-e, wat staat er dan nog allemaal te wachten? 

“In deze tijden is het niet evident”, zegt dr. Putzeys, “we zijn quasi klaar met de doelstelling van Recip-e.” “We maken een elektronisch farmaceutisch voorschrift dat wordt gebruikt door artsen en apothekers”, concludeert hij. 

Er is wel nog ruimte voor een update in SAM2.1 (of SAM2.2), een database met alle medicijnen. “In de apotheek is er veel meer te verkrijgen dan enkel medicijnen”, vertelt dr. Putzeys. Deze producten mag een arts ook voorschrijven aan zijn patiënt. Al deze producten zouden aan de database moeten worden toegevoegd.

“Er zijn nog mogelijkheden naar de toekomst toe wat betreft andere voorschriften”, vertelt dr. Theo Putzeys, “naast het farmaceutisch voorschrift, heb je ook verpleegkundige voorschriften, voorschriften van kinesitherapie of bijvoorbeeld bij de radioloog enz,… Deze kunnen in de toekomst ook allemaal via Recip-e lopen.”