Marc Nyssen blikt terug

Marc Nyssen maakt de balans op na 12 jaar betrokken geweest te zijn bij Recip-e. Een terugblik op een intense periode van successen, én een paar frustraties.

Kan je even ons geheugen opfrissen hoe Recip-e begonnen is?
“Als hoogleraar medische informatica (VUB) volg ik al 42 jaar lang alle digitale ontwikkelingen in de gezondheidszorg op de voet. Ik was er dan ook bij toen Dr. Marc Bangels van de Federale Overheidsdienst (FOD) Gezondheid (nu RIZIV) in 2001 conform de Europese doelstellingen voor de digitalisering van medische voorschriften een overleg met de betrokken partijen lanceerde. Samen met Dr. Theo Putzeys en Apr. Luc Baert ontwikkelde ik het concept van een elektronisch voorschrijfsysteem dat paste in het Belgisch gezondheidszorgmodel en tekenden we enkele pilootprojecten op papier uit met geld dat zowel kwam van het in gezondheid geïnteresseerde Belgacom als van de FOD Volksgezondheid en het RIZIV.”

Uiteindelijk werd in april 2009 de feitelijke vereniging Recip-e opgericht met participatie van alle zorgverstrekkers vertegenwoordigd in het RIZIV-Verzekeringscomité: artsen, apothekers, kinesitherapeuten, verpleegkundigen en tandartsen. Op 29 januari 2010 werd Recip-e een vzw met dezelfde beroepsverenigingen, zodat een contract met het RIZIV kon worden afgesloten en het vervolgtraject van de pilootprojecten gestart.

Haalden jullie inspiratie in het buitenland?
“We hebben wel over de grenzen heen gekeken, maar die systemen waren niet aangepast aan ons gezondheidszorgmodel. Denemarken bijvoorbeeld gebruikte een veredeld e-mailsysteem waarbij het voorschrift naar één bepaalde apotheker werd gestuurd. Was die apotheek gesloten, dan kon de patiënt echter niet terecht bij een andere apotheek. In Zweden bestond het systeem dat alle apotheken hun voorschriften naar 1 bedrijf (Apotheket) stuurden en in Slovenië hield het Ministerie van Volksgezondheid alle voorschriften bij. In ons land vormde het eHealth platform het uitgangspunt samen met Recip-e. Ondanks het bestaan van een hybride situatie bij ons omdat veel artsen, ziekenhuizen en apotheken zelfstandig zijn en geen gezamenlijke ICT hebben, is ons systeem wel toepasbaar in andere landen, wat omgekeerd dus niet het geval is.”

Versnelde implementatie

“In 2014 zijn we écht in productie gegaan en dat verliep eerst traag, totdat het elektronisch voorschrift in 2017 het enige rechtsgeldige document werd en er op basis van een bewijs van elektronisch voorschrift (BEV) geen terugbetaling meer mogelijk was. Toen kende Recip-e een spectaculaire groei. Vanaf begin 2020 gaan we weer een stap verder in de dematerialisering en krijgt de patiënt geen papieren BEV meer (tenzij hij er expliciet om vraagt). Uitzonderingen op deze regel gelden alleen voor artsen ouder dan 64 op 1 januari 2020 en in geval van stroomuitval.”

Hindernissen
De weg naar de inburgering van het elektronisch voorschrift ging niet altijd over rozen. Een van de grootste struikelblokken was de mentaliteitsverandering. Ook de nood aan optimalisaties in de softwarepakketten zorgden vaak voor problemen. “We zien ook nu nog een grote discrepantie tussen wat nodig zou zijn voor een apotheker om comfortabel te werken en wat de softwarepakketten bieden. Elektronisch kan er immers veel meer dan op papier, zoals een historiek construeren, patiënten opzoeken enz., maar we zijn zover nog niet.”

Hoe zie je de verdere evolutie?
(Lachend)Protesteren én verbeteren, het is aan de zorgverstrekkers om aan te geven hoe zij willen werken. Momenteel zijn er bij de apothekerspakketen nog 2% verkeerd afgehaalde voorschriften, terwijl dit bij de artsenpakketten slechts 1 op 30.000 is. Nu moet ik wel toegeven dat de voorschrijvers (artsen, tandartsen, vroedvrouwen) het voorschrift alleen moeten opbouwen en insturen, terwijl een apotheker het ophaalt, aflevert of teruggeeft en de apothekerssoftware dus veel meer functies raadpleegt.”

Samenwerking met softwarehuizen
“Wij contacteren de softwarehuizen en stellen optimalisaties voor zodat Recip-e verder kan evolueren. Zo zien we bijvoorbeeld pakketten die reeds gearchiveerde voorschriften proberen terug te geven aan de patiënt. Dit zou onmogelijk moeten zijn of pakketten zouden moeten aangeven dat dit niet kan omdat het voorschrift al werd afgeleverd.”

Continuïteit van eHealth als basisvereiste

Recip-e hangt voor zijn werking af van de stabiliteit van het eHealthplatform. Het is dan ook moeilijk voor de buitenstaander om te begrijpen of te zien vanwaar de problemen bij Recip-e komen, en zo  wordt snel de schuld bij Recip-e gelegd. EHealth werkt wel aan de continuïteit van zijn diensten, maar als we kijken naar de betaaldiensten van de banken, dan werken die veel bedrijfszekerder. Volgens mij moet dat toch ook mogelijk zijn voor ons gezondheidssysteem.”

Memorabel moment
Een positief moment voor mij was de wettelijke goedkeuring van de verplichting van het elektronisch voorschrift. Gezien ik er al zo lang bij betrokken ben, was dit een echte mijlpaal.”

Na Recip-e…
“Mijn Recip-e verhaal is nog niet ten einde, want ik blijf de nieuwe projectleider nog adviseren.  Ook lopen mijn internationale projecten verder en geef ik nog les in Afrika en Cuba.”

Tip voor de nieuwe projectleider?
“Volharden en geduldig zijn (lachend). Ik hoop ook dat er consequent verder gewerkt wordt aan de positieve punten van onze eHealthsystemen, want we hebben een potentieel mooi systeem dat mensen en patiënten echt zal helpen. Wel zijn er enkele aandachtspunten : zo zou eHealth zeker een onderdeel moeten zijn van het curriculum, zodat jonge artsen, apothekers enz. op de hoogte zijn van wat er bestaat. Daarnaast zouden ook patiënten en “het terrein” telkens goed geïnformeerd moeten worden van de nieuwigheden. Tenslotte zou het mooi zijn als er een grotere teamgeest en een betere samenwerking was tussen de 20 eHealth projecten (GFD, Recip-e,…).”