Sven Van Laere (VUB) over de perceptie van Recip-e … en veel meer

Op verzoek van professor Marc Nyssen die vanaf het begin aan het roer staat van Recip-e en professor Ronald Buyl, kreeg Sven Van Laere de opdracht twee studies uit te voeren, één op nationaal niveau over de perceptie van apothekers en één over de kwaliteit van elektronisch voorschrijven in samenwerking met KLAV, het Koninklijk Limburgs Apothekers Verbond. Hoewel de studies nog lopen tot eind dit jaar, tekenen er zich enkele duidelijke trends af. 

Sven Van Laere studeerde informatica en vervolgde zijn opleiding met een doctoraat in de medische wetenschappen. Momenteel werkt hij als onderzoeker aan de faculteit Geneeskunde & Farmacie van de VUB op de campus van Jette. Geen wonder dat hij geïnteresseerd is in de eHealth sector: hij combineert zijn twee passies.

Doel
De hogergenoemde studies gingen begin 2018 van start en zullen wellicht tot eind december 2019 lopen. Van Laere is benieuwd om de resultaten van dit onderzoek te vergelijken met zijn eigen ideeën. Als medewerker van professor Nyssen had hij al informatie kunnen distilleren uit de “Technical Steering Committees” en vergaderingen waaraan hij deelnam, alsook de Facebook-groepen van de apotheker Lieven Maus, waarvan hij lid was.

Hun doel is zowel het meten van het perceptieniveau van Recip-e bij apothekers op basis van wetenschappelijke en objectieve criteria als het identificeren en oplossen van gebieden die voor verbetering vatbaar zijn.
Waarom dit bij apothekers meten? “Omdat ze aan het einde van de keten staan en in de beste positie verkeren om te zeggen wat goed werkt en wat niet,” zegt Sven Van Laere. “Ik heb uit ervaring geleerd dat artsen de neiging hebben om snel over te stappen op handgeschreven voorschriften wanneer ze geconfronteerd worden met een elektronisch probleem.
Wat het identificeren van de oplossingen betreft, elk nieuw elektronisch systeem ondervindt in het begin moeilijkheden, maar het gaat erom ervan te leren
“, vult Van Laere aan. Volgens de onderzoeker wijzen de betrokkenen op het terrein iets te gemakkelijk naar Recip-e. De analyse toont echter aan dat wanneer het systeem defectueus is, dit vaak niet alleen te wijten is aan een fout van het Recip-e systeem, maar eerder aan een foutieve implementatie in de software van de arts of de apotheker of door de downtime van andere eHealth diensten.

Vage regelgeving
Sven Van Laere : “De regelgeving voor het correct opstellen van een elektronisch voorschrift is eerder vaag. De validatie van XML Schema’s (via XSD) opgelegd door de overheid is mijns inziens onvoldoende. Regelgeving voor correcte implementatie van Recip-e via een veel strengere XPath validatie (een validatie die oplegt wat er minimaal en maximaal in een bericht moet staan) bestaat, maar wordt naar mijn aanvoelen nog te weinig (correct) gebruikt. Bovendien worden ook vele eHealth diensten vaak verkeerd gebruikt, terwijl ze wel over een SDK (Software Development Kit) beschikken waardoor je deze euvels kan vermijden. Helaas heeft de  vzw Recip-e geen of onvoldoende een ‘stok achter de deur’ om een correcte implementatie af te dwingen op het terrein. Het zou daarom goed zijn er bij de softwarehuizen op aan te dringen om de testfase van hun producten verder te ontwikkelen of ze te onderwerpen aan uitgebreide usability testen.”

Verloop
Om te beginnen werden enkele voorbereidende vergaderingen gehouden bij APB (Algemene Pharmaceutische Bond) samen met KLAV voorzitter Johan Heselmans en Leen Hulshagen (KLAV) om de modaliteiten van het onderzoek te bepalen, dat eerst via KLAV werd uitgevoerd. Later werd dit onderzoek vanuit KLAV meer ondersteund door Evy Dreesen.

In het voorjaar van 2018 werd een tevredenheidsenquête verstuurd naar apothekers in heel België. Uit de gegevens blijkt dat tussen maart en mei 2018 (= de enquêteperiode) ongeveer 50% van de door de bevraagde apotheker verwerkte voorschriften elektronisch zijn. In het andere onderzoek, in samenwerking met KLAV, heeft Van Laere vastgesteld dat 2,25% (op een steekproef van 10.000 voorschriften) nog manueel wordt verwerkt.

Hoe dit verklaren? Van Laere: “De hoofdreden is het negeren van de digitale karakter van het voorschrift. Dit komt door een vorm van moeheid bij de apotheker als gevolg van steeds terugkerende problemen bij het afleveren of door de frequente problemen bij het gebruik maken van andere eHealth diensten om het voorschrift te verwerken. Daarnaast voert de software soms acties uit die eigenlijk niet zo bedoeld zijn. Als een apotheker bijvoorbeeld een arts belt om iets te controleren, zal die soms het voorschrift “revoken” d.w.z. het digitale voorschrift op de Recip-e server weggooien door het digitaal te bekijken. Dit heeft als gevolg dat de apotheker dit voorschrift alleen nog handmatig kan afleveren omdat het van de Recip-e-server werd verwijderd.”

Gevoelige gegevens
Van Laere is van mening dat een ander element een rol speelt in de perceptie die de zorgaanbieders van Recip-e hebben. Gezien het vertrouwelijke karakter van de uitgewisselde gegevens, de privacy maatregelen die in acht moeten genomen worden nemen (versterkt door de inwerkingtreding van de GDPR) en de onderhandelingen met de instanties die verantwoordelijk zijn voor ethische kwesties, heeft het systeem een zekere inertie. Vergeten we echter niet dat alle genomen maatregelen dienen om de vertrouwelijkheid van de gegevens te waarborgen.

Resultaten
Ook al is de studie nog steeds aan de gang de VUB-onderzoeker ziet al enkele trends:

  • Apothekers passen het systeem geleidelijk aan toe. Het volstaat te kijken naar het aantal e-voorschriften dat elke maand wordt afgeleverd.
  • De tevredenheid over de Recip-e dienst neemt toe naarmate de kennis van de eindgebruiker over online voorschriftenbeheer toeneemt.
  • De eindgebruiker houdt Recip-e ten onrechte vaak verantwoordelijk voor informatica problemen. Van Laere heeft echter de indruk dat bugs vaak ontstaan door een fout in andere eHealth diensten die aangesproken worden in de flow van elektronisch voorschrijven. Het eHealth gegeven in België is immers complex en de verschillende projecten maken vaak gebruik van basisdiensten binnen het eHealth platform die soms ook fouten opleveren.
  • De tevredenheid over de software die elektronische voorschriften verwerkt varieert sterk. Op een schaal van 10 zit de helft tussen de 5 en 8. Van Laere is van mening dat Recip-e meer bevoegdheden zou moeten hebben om van de software ontwikkelaars te kunnen eisen dat ze een kwaliteitsproduct leveren dat voldoende getest is vooraleer het in productie gaat.

Van Laere besluit dat de Scandinavische landen zoals vaak het voorbeeld geven. In Zweden en Finland maken de principes van eHealth intussen al deel uit van de gewoonten. Het moet gezegd worden dat in tegenstelling tot bij ons, voorschrijvers en apothekers er allemaal dezelfde software gebruiken.