Als voorschrijver is het aangeraden er altijd voor te zorgen dat patiënten aan hun medicatie raken bij de apotheker. Heeft de patiënt geen Belgische eID, dan moet je rekening houden met drie mogelijke situaties:
1) De patiënt heeft geen BIS-nummer en geen INSZ-nummer (bijv. een vluchteling die zich nog niet heeft aangemeld, een buitenlandse patiënt met een bijzondere identiteitskaart).
2) De patiënt heeft een BIS-nummer maar nog geen INSZ-nummer (bijv. een vluchteling die zich al heeft aangemeld maar nog niet is langsgegaan in de gemeente om zijn of haar inschrijving te voltooien).
3) De patiënt heeft een BIS-nummer en een INSZ-nummer (bijv. een vluchteling met een geactiveerde vreemdelingenkaart). Hij of zij beschikt over een eID-equivalente kaart.

Hieronder lees je wat je kan doen in elk van de drie bovenstaande situaties:
1) Geen BIS-nummer, geen INSZ-nummer: je geeft de patiënt best een klassiek papieren voorschrift mee.
2) Wel BIS-nummer, geen INSZ-nummer: je kan elektronisch voorschrijven o.b.v. het BIS-nummer. Je geeft de patiënt wel nog een papieren bewijs van elektronisch voorschrift (BEV) of een print van de RID-code mee. Een BEV heeft de voorkeur.
3) Wel BIS-nummer, wel INSZ-nummer (eID-equivalente kaart): je kan volledig gedematerialiseerd voorschrijven. De patiënt behoudt wel steeds het recht op een papieren BEV als hij of zij zich daar comfortabeler bij voelt. In deze fase kan je het papieren BEV of een print van de RID-code standaard meegeven als back-up. Zo kan de apotheker het voorschrift ook ophalen als de apotheeksoftware nog niet up-to-date is voor de allernieuwste eID-kaarten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *